Sociaal domein · Governance

Regionale adviesraad in de Peel

Een werkbaar model voor regionale advisering in het sociaal domein.

Rol
Voorzitter Samen voor Someren
Periode
2025 - 2026
Organisatie
GR Peelgemeenten · Adviesraden Sociaal Domein
Type
Bestuurlijk ontwerp

Waar gaat het over?

Vijf gemeenten in de Peel werken samen op het gebied van zorg en welzijn. Dat zijn Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren. Samen vormen zij de GR Peelgemeenten. Veel beleid voor de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet wordt regionaal voorbereid.

In elke gemeente zit een lokale adviesraad. Die adviseert het college over het sociaal domein. Maar als beleid al regionaal wordt gemaakt, komt advies vaak te laat. En niet elke lokale raad heeft genoeg leden, tijd of kennis. De vraag is: hoe regelen we regionaal advies dat goed werkt én dat goed is geregeld volgens de wet?

Wat zegt de wet?

De wet is op dit punt streng. Belangrijk is:

  • Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Elke gemeente moet vóór 1 januari 2027 een participatieverordening hebben. De VNG heeft in december 2024 een modelverordening met twee varianten gemaakt. Variant 1 is een basisvariant. Variant 2 geeft meer ruimte voor participatie.
  • De Wmo 2015 (artikel 2.1.3) zegt dat inwoners en cliënten op tijd advies moeten kunnen geven. Ze moeten ondersteuning, informatie en periodiek overleg krijgen, en zelf onderwerpen kunnen aandragen.
  • De Jeugdwet (artikel 2.10) verklaart deze regels ook geldig voor jeugdbeleid.
  • De Participatiewet (artikel 47) regelt hetzelfde voor mensen met een uitkering. De wet noemt ook de situatie van een gemeenschappelijke regeling.
  • Sinds 1 juli 2022 vraagt de Wet gemeenschappelijke regelingen dat in de regeling zelf staat hoe inwoners worden betrokken bij regionaal beleid. Dit komt door het zogenaamde Bromet-amendement. Een GR mag niet langer alleen naar lokale inspraak verwijzen.

De conclusie is dat regionaal beleid de lokale plicht niet wegneemt. Er moet dus zowel lokale als regionale advisering zijn.

Daarbij gelden de regels van de AVG. Persoonsgegevens over zorg zijn extra beschermd. Een adviesraad mag dus niet over individuele cliënten gaan praten met namen erbij. Advies moet gebaseerd zijn op algemene cijfers, ervaringen en thema’s.

Welk model past het best?

Er zijn meerdere keuzes mogelijk. Deze zijn de belangrijkste:

  1. Één regionale adviesraad zonder vaste lokale leden. Dit werkt snel, maar de band met de gemeenten is zwak.
  2. Alleen lokale adviesraden. Dit is dichtbij, maar te zwak als beleid al regionaal is bepaald.
  3. Een gemengd model met lokale leden in een regionale raad. Dit combineert het beste van beide.

Het advies is om voor het derde model te kiezen. Dit heet hier het gefedereerd platform. Lokale raden blijven hun werk doen. Daarnaast vormen zij samen een regionale advieslaag voor regionaal beleid.

Hoe ziet dit model eruit?

De kern is simpel:

  • Elke gemeente kiest één vast lid en één vervanger voor de regionale raad.
  • Er komt een onafhankelijke voorzitter.
  • Er komt een regionaal secretariaat dat ondersteunt: agenda, verslagen, scholing, contact met de achterban.
  • Er komen twee tot vier extra plekken voor mensen met ervaring uit groepen die vaak ontbreken: jongeren, mensen met een beperking, mensen met weinig geld, mantelzorgers.
  • Voor elk dossier wordt vooraf afgesproken of advies lokaal, regionaal of beide moet zijn.
  • Spoeddossiers krijgen een vooraf vastgesteld mandaat. Anders wordt elke beslissing eerst lokaal besproken.

Goede voorbeelden uit Nederland

In Drechtsteden werkt zo’n model al. Sinds 1 januari 2024 is de regionale adviesraad daar een zelfstandige stichting: Stichting Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden. Elke lokale adviesraad uit zeven gemeenten levert één lid. Er is een onafhankelijke voorzitter. De raad adviseert over de Wmo én over de Participatiewet en het minimabeleid. Het bestuur moet schriftelijk reageren op elk advies. De vergaderingen zijn openbaar.

Bij Senzer in de regio Helmond is goed geregeld dat de raad budget, secretariaat, scholing en tijdige informatie krijgt. Het bestuur moet schriftelijk reageren en die reactie meenemen in besluiten. Senzer voert de Participatiewet uit voor zeven gemeenten: Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren. Senzer heeft een eigen Regionale Cliëntenraad voor mensen met een uitkering. Dit laat ook iets anders zien: een regionale adviesraad sociaal domein hoeft niet over alle taken in de regio te gaan. Dubbel advies over dezelfde taken kun je beter voorkomen.

Bij WIL Lekstroom krijgt de raad altijd minimaal zes weken om advies te geven. Stukken komen op conceptniveau, niet pas als alles al vastligt.

Bij Lucrato in Apeldoorn is in de regeling vastgelegd wat er gebeurt als een lokale raad uitvalt. Dat is belangrijk, want zonder zo’n afspraak ontstaan er gaten.

Wat moet er goed geregeld zijn?

Een regionale raad werkt alleen als de basisafspraken duidelijk zijn:

  • Adviesvragen komen op conceptniveau, niet pas op het einde.
  • De adviestermijn is normaal minimaal zes weken.
  • Op elk advies komt een schriftelijke reactie, per onderdeel van het advies. Per punt staat: wat is overgenomen, wat niet, en waarom niet. Dit heet een reactienota.
  • Elk regionaal advies wordt binnen tien werkdagen teruggekoppeld aan de lokale raden.
  • Lokale raden hebben minimaal twee keer per jaar een gezamenlijk overleg met de regionale tafel.
  • De vergaderingen zijn openbaar, behalve als er een goede reden is om iets niet openbaar te bespreken.
  • Er is een vast budget voor scholing, vergaderen, vervoer en achterbanraadpleging.
  • De raad praat niet over individuele cliënten, alleen over thema’s en algemene signalen.

Stappenplan

Een realistische invoering kost twaalf tot achttien maanden:

  1. Bestuurlijk besluit nemen over het model (circa 1 tot 2 maanden).
  2. Juridisch ontwerp maken: regionale regeling én lokale verordeningen aanpassen (circa 3 maanden).
  3. Werving van leden, voorzitter en secretariaat (circa 3 maanden).
  4. Pilot met twee regionale dossiers (circa 4 maanden).
  5. Tussenevaluatie en bijstelling (circa 1 tot 2 maanden).
  6. Volledige jaarcyclus doorlopen en eindevaluatie.

Wat zijn de risico’s?

Vijf risico’s verdienen aandacht:

  • De regionale tafel wordt te machtig en duwt de lokale raden weg.
  • Een lokale raad heeft te weinig leden of valt uit.
  • Adviezen komen te laat of zonder zichtbaar effect.
  • Stemmen van mensen met weinig geld, jongeren of mensen in een afhankelijke positie verdwijnen.
  • Privacyregels worden geschonden door over individuele zaken te praten.

De oplossing zit in heldere afspraken vooraf, in vervangers en reservepool, in vaste termijnen, in extra plekken voor ervaringsdeskundigen, en in een privacyprotocol.

Hoe meet je of het werkt?

Na een jaar zou je dit moeten zien:

  • In alle vijf gemeenten een vast lid én een vervanger.
  • Minstens 80 procent van de adviesvragen op conceptniveau.
  • Minstens 80 procent van de adviezen krijgt zes weken voorbereidingstijd.
  • 100 procent van de adviezen krijgt schriftelijke reactie binnen vier weken.
  • 100 procent van de regionale adviezen wordt teruggekoppeld naar lokale raden.
  • Lokale raden geven hun positie gemiddeld een 7 of hoger.
  • Geen privacy-incidenten.

Conclusie

Één regionale raad zonder lokale basis is te zwak. Alleen lokale raden zijn ook te zwak als beleid al regionaal wordt gemaakt. Het beste is een gemengd model: lokale raden vaardigen leden af naar een regionale tafel, met een onafhankelijke voorzitter en een goed secretariaat. De wet eist dit eigenlijk ook. De praktijk in Drechtsteden, Senzer, WIL en Lucrato laat zien dat het werkt, mits de afspraken over termijnen, budget, vervanging en terugkoppeling vooraf goed zijn vastgelegd.